Saturday, April 29, 2006

De drie in de vier.

Ik ben iets vets op het spoor, voor mij althans. Ik had het laatst toch over de vier elementen: vuur (heet en droog), lucht (heet en vochtig), water (koud en vochtig) en aarde (koud en droog)? In India zijn de elementen samengesteld uit sattva, rajas en tamas. Vuur is in de eerste plaats sattvisch en in de tweede plaats rajasisch; lucht eerst rajasisch, dan sattvisch; water eerst rajasisch, dan tamasisch; en aarde eerst tamasisch en dan rajasisch. (De combinaties van sattva en tamas komen niet voor, omdat dit tegenpolen zijn.) Als ik het zo bekijk dan was ik tijdens mijn dichterschap in het element lucht: warm en vochtig; in de eerste plaats hartstochtelijk en in de tweede plaats harmonieus (eerst rajasisch, dan sattvisch). Daarna werd het element van warmte overwonnen door de kou, door tamas, duisternis (misschien met mijn O Zoësa als keerpunt en hoogtepunt). Uiteindelijk werd ik koud en droog; aards: de duisternis triomfeerde over de hartstocht, die als het ware, zoals het leven tijdens de winter, nog doorging onder de aarde, onder de koude en duistere oppervlakte. Uiteindelijk keerde de warmte weer, de aarde werd vuur - heet en droog (de droogte van de aarde was nog niet overwonnen, maar de kou wel). Merk op dat het inderdaad een duister vuur was dat ik ontstak.

Hartstocht komt dus voor in alle vier de elementen. In het hoogste, vuur, is de harmonie er de baas over: dit is waarom Heraclitus zegt dat een droge ziel de meest wijze en de beste is (ascese; "yoga" betekent eigenlijk "zelfbeteugeling" (verwant met ons woord "juk")).

0 Comments:

Post a Comment

Subscribe to Post Comments [Atom]

<< Home